Je telefoonstem
vanuit Jeruzalem
of een ander gebied
ver weg van mijn bed
herkende ik beter
dan je kleine gezicht
rechtsboven in beeld.
Of je goed was
wist ik niet
maar je naam
was dat zeker
En laatst
in een mijmering
was jij daar
toen we weer eens
over vroeger
praatten
Want alleen jij, Conny
lukte het
ons puberbrein
te voeden met nieuws
voordat wij ‘s ochtends
te fiets
de doctrine in reden
En door de jaren
werd Meneer Mus
gewoon Conny
van het nieuws
en hadden wij een held erbij
Conny Mus,
ook wij gaan je missen.
Heimwee
Ik lette even niet op
op de Honingerdijk
en viel languit
met mijn gezicht
in kinderspelen
en op de Maasboulevard
knalde ik pardoes
tegen een zoen
met natte haren
op de Blaak liep ik
toen ik keihard onderuit ging
over sterveloosheid
en studiepunten
waarna de Coolsingel
me in mijn gezicht sloeg
met korte flirts
en lange nachten
of andersom
dat weet ik niet meer
het was toen
dat ik besloot
om in het Oosten te blijven
op de trap van het WTC
moest ik even gaan zitten
om zachtjes te wrijven
over al dit zeer
ik keek om me heen
om de schade op te nemen
en zag mijn hele leven
uitgesmeerd over bruggen en straten.
op de Honingerdijk
en viel languit
met mijn gezicht
in kinderspelen
en op de Maasboulevard
knalde ik pardoes
tegen een zoen
met natte haren
op de Blaak liep ik
toen ik keihard onderuit ging
over sterveloosheid
en studiepunten
waarna de Coolsingel
me in mijn gezicht sloeg
met korte flirts
en lange nachten
of andersom
dat weet ik niet meer
het was toen
dat ik besloot
om in het Oosten te blijven
op de trap van het WTC
moest ik even gaan zitten
om zachtjes te wrijven
over al dit zeer
ik keek om me heen
om de schade op te nemen
en zag mijn hele leven
uitgesmeerd over bruggen en straten.
De Electrische Magneetsleutel
Welke onverlaat heeft dat grijze ding bedacht
wat je tegen een vuilnisbak moet houden
terwijl je met een stinkende zak
schuin in je ene hand
en het dingetje in je andere
niemand weet precies waar
ergens in de buurt van dat knopje
tot ie klik zegt
en dan oppassen
dat je dat ding niet meegooit.
Hadden ze niet gewoon
een wachtwoord kunnen verzinnen
een touchscreen
of een dwerg die het deksel opendoet
nadat je een vies liedje hebt gezongen
dan heb je tenminste je handen vrij
in plaats van dat achterlijke dingetje
wat je eerst nog moet zoeken
omdat het zichzelf weer eens
kwijt heeft gemaakt
dat dan weer wel.
wat je tegen een vuilnisbak moet houden
terwijl je met een stinkende zak
schuin in je ene hand
en het dingetje in je andere
niemand weet precies waar
ergens in de buurt van dat knopje
tot ie klik zegt
en dan oppassen
dat je dat ding niet meegooit.
Hadden ze niet gewoon
een wachtwoord kunnen verzinnen
een touchscreen
of een dwerg die het deksel opendoet
nadat je een vies liedje hebt gezongen
dan heb je tenminste je handen vrij
in plaats van dat achterlijke dingetje
wat je eerst nog moet zoeken
omdat het zichzelf weer eens
kwijt heeft gemaakt
dat dan weer wel.
Barbie en de Man van Zes Miljoen
Barbie en de man van zes miljoen kruipen achter de bank op zoek naar avonturen.
Gewapend met een blauwe walkman, te groot voor kleine handen, en headset met schuimrubberen oordoppen -oranje- , veroveren zij het universum van de woonkamer.
In hun oren Tubular Bells, de toffe muziek van Bassie en Adriaan, hun ogen en stemmen samengeknepen, fluisterend, dreigend.
Pas op, daar in vijandelijke linie ligt de hond, ook wel bekend als de ‘ennemie’.
Hij slaapt, ga er tijgerend langs: Over.
Ellebogen schuren over het tapijt, knieƫn bedrukt met appelapplicatie voelen geen pijn.
Nog een meter slechts, naar de ovenla, blinkend in het vizier.
In het licht van de hoge keukenramen berekenen zij de route.
Een paar meter te gaan, zij tellen hun kleine stappen, hier tellen zij altijd mee.
De wereld buitensluitend, sluipen Barbie en de Man van Zes Miljoen geruisloos door de kamer.
Blond haar wipt nieuwsgierig boven een tafel, een bonk, een vloek, de Man van Zes Miljoen is weer eens gevallen.
Voetstappen op de trap.
Blijf laag: Over. Ik dek je: O…
Een duw, een stomp, trots is zoveel groter dan liefde.
Stomme trut: Over. Ik ben er bijna: Oh, een sleutel in het slot.
Niets is onbereikbaar, zij weten alles te vinden, alleen of samen, maar altijd stil en snel.
Malende kaken slikken supersnel, smakkende mondhoeken glimlachen een bruine lach,
grote ogen kijken omhoog.
Geen tijd voor overwinningsgebaren, alleen het stille genieten van een wikkel zenuwachtig krakend in een kleine broekzak.
Twee felle vingers wijzen automatisch naar
Barbie en de Man van Zes Miljoen, soms tegen maar meestal met elkaar.
Gewapend met een blauwe walkman, te groot voor kleine handen, en headset met schuimrubberen oordoppen -oranje- , veroveren zij het universum van de woonkamer.
In hun oren Tubular Bells, de toffe muziek van Bassie en Adriaan, hun ogen en stemmen samengeknepen, fluisterend, dreigend.
Pas op, daar in vijandelijke linie ligt de hond, ook wel bekend als de ‘ennemie’.
Hij slaapt, ga er tijgerend langs: Over.
Ellebogen schuren over het tapijt, knieƫn bedrukt met appelapplicatie voelen geen pijn.
Nog een meter slechts, naar de ovenla, blinkend in het vizier.
In het licht van de hoge keukenramen berekenen zij de route.
Een paar meter te gaan, zij tellen hun kleine stappen, hier tellen zij altijd mee.
De wereld buitensluitend, sluipen Barbie en de Man van Zes Miljoen geruisloos door de kamer.
Blond haar wipt nieuwsgierig boven een tafel, een bonk, een vloek, de Man van Zes Miljoen is weer eens gevallen.
Voetstappen op de trap.
Blijf laag: Over. Ik dek je: O…
Een duw, een stomp, trots is zoveel groter dan liefde.
Stomme trut: Over. Ik ben er bijna: Oh, een sleutel in het slot.
Niets is onbereikbaar, zij weten alles te vinden, alleen of samen, maar altijd stil en snel.
Malende kaken slikken supersnel, smakkende mondhoeken glimlachen een bruine lach,
grote ogen kijken omhoog.
Geen tijd voor overwinningsgebaren, alleen het stille genieten van een wikkel zenuwachtig krakend in een kleine broekzak.
Twee felle vingers wijzen automatisch naar
Barbie en de Man van Zes Miljoen, soms tegen maar meestal met elkaar.
Ze woont in een huis
dat heet De Rieg
en niemand die haar zeggen kan
wat het betekent
want dat kost tijd
het huis van oma
is net zo groot
als mijn kleerkast
en toch
raakt ze het toilet steeds kwijt
in het huis van mijn oma
ruikt het niet meer
zoals toen
ik nog kleiner was
dan zij
alleen de foto van opa
waar ze nu eens op scheldt
dan weer naar lacht
met haar meisjeslach
in het huis van mijn oma
duren de dagen
wel een heel leven
en vraagt ze me
zoals ik vroeger deed
'Je blijft toch nog even?'
dat heet De Rieg
en niemand die haar zeggen kan
wat het betekent
want dat kost tijd
het huis van oma
is net zo groot
als mijn kleerkast
en toch
raakt ze het toilet steeds kwijt
in het huis van mijn oma
ruikt het niet meer
zoals toen
ik nog kleiner was
dan zij
alleen de foto van opa
waar ze nu eens op scheldt
dan weer naar lacht
met haar meisjeslach
in het huis van mijn oma
duren de dagen
wel een heel leven
en vraagt ze me
zoals ik vroeger deed
'Je blijft toch nog even?'
987
Ze wilde leren zeilen, dus had hij een bootje gehuurd.
De 987 was precies waar ze op hoopte.
Een lelijk klotsend ding, maar je kon vanuit je bed naar de sterren kijken.
Hij leerde haar de fok bedienen.
Zij was de beste winch-gorilla die hij ooit had gekend.
De sexieste in ieder geval.
In de haven keek zij, hoe hij de boot parkeerde.
Vanaf de steiger hoorde ze iemand zeggen ‘netjes hoor’.
En zij keek goedkeurend naar hem, en zei met haar armen over elkaar, ‘netjes hoor’,
en gaf hem 987 zoenen.
De 987 was precies waar ze op hoopte.
Een lelijk klotsend ding, maar je kon vanuit je bed naar de sterren kijken.
Hij leerde haar de fok bedienen.
Zij was de beste winch-gorilla die hij ooit had gekend.
De sexieste in ieder geval.
In de haven keek zij, hoe hij de boot parkeerde.
Vanaf de steiger hoorde ze iemand zeggen ‘netjes hoor’.
En zij keek goedkeurend naar hem, en zei met haar armen over elkaar, ‘netjes hoor’,
en gaf hem 987 zoenen.
Snapshot
Blote voeten op het dashboard, haren wapperen in de wind, jazz en sax, rode lampjes radio, een ver te zoeken ratio, een nacht waarin ik vind, dat jij en ik, ik en jij, wij horen hier en bij elkaar, sssst, zegt hij, wees maar stil, kijk naar mij en luister naar, vingertoppen op een bruine arm, licht als een landende vlinder, weet hij nou, dat ik het weet, vertwijfelde onzekerheid, ik voel zijn hand en zinder, van weet-ik-veel wat dit eigenlijk is, is dit wel wat, of alweer weg, is hij het wel, ik ben het echt, heb ik gezegd, dat jij mijn zon bent, dan mijn maan, een oranje boven zee, geen idee waar hij naartoe wil gaan, het maakt niet uit want ik ga mee, ik wil dat hij wil, dat hij het weet, waarheen ik wil met hem vannacht, en morgen en ook overdag, en misschien ook volgend jaar, dat hij en ik, ik en hij, wij horen bij elkaar, blote voeten op het dashboard, een oranje maan boven een stille zee, mijn geheugen maakt een foto, een foto in 3-D, stop maar hier, want weet je, hee, ik vind jou zo erg, zo erg lief, en voor ik de moed, die ik heb vergaard, onmiddellijk weer verlies, ik vind nog meer, nog meer van jou, ssst zegt hij, wees maar stil, jazz en sax, de radio, rode zoenen in adagio, volledig van de kaart, hij voelt het ook, dat denk ik nog, en alles gaat in sneltreinvaart.
Abonneren op:
Posts (Atom)